Arbeiders in Cuba, deel 1
(Dit deel gaat terug op een studie van Debra Evenson, advocaat en voorzitter van het Latijns Amerikaans Instituut voor Rechtsbijstand. Zij is een deskundige en schreef artikelen over het Cubaanse recht en de maatschappij.
Het rapport werd gepubliceerd door het Guild Law Centre for Social and Economic Justice uit Detroit, Michigan (USA). Het onderzoek werd gedaan in 2000-2001 uit wet- en regelgeving, interviews en directe observaties op de werkvloer, tijdens vergaderingen van arbeiders en vakbondscongressen. Deze aantekeningen zijn genomen uit de ingekorte vertaling van de brochure ‘Cuba voor syndicalisten’ door Edwin Carpentier in 2006 uitgegeven.
Deel 2 zal een poging zijn de situatie te actualiseren naar 2008 – 2009
ECONOMISCHE ONTWIKKELINGEN
1959 – 1962. Het Cubaans socialisme manifesteerde zich na de nationalisering van zowat alle privé-bedrijven. Naar het voorbeeld van de Sovjet Unie werd een zeer gecentraliseerd economisch systeem ingevoerd. Daarmee veranderden de eigendomsverhoudingen drastisch en dus ook de arbeidsverhoudingen.. De arbeiders, die nu de eigenaars waren, namen deel aan de overname van bedrijven en plots bevonden velen zich in de positie van bedrijfsleider. Het principe van de rechtvaardige verdeling van de bestaansmiddelen verving het private winstbejag, de nieuwe regering maakte er werk van de ‘arbeiderstaat’ in praktijk te brengen. Dat veronderstelt dat er geen tegenstellingen meer bestaan tussen werknemer en werkgever. De Cubaanse arbeiders verkregen ruime universele rechten: recht op arbeid, gelijk loon voor gelijk werk, universele sociale zekerheid , een maand betaald verlof, ziekte en zwangerschapsverlof, gratis gezondheidszorg en onderwijs.
Later (na 1970) ontstond een gecentraliseerde langetermijnplanning, waarbij het management van de staatsondernemingen verantwoordelijk was voor de uitvoering van de centraal besliste productieplannen. De dialoog tussen vakbond en management was er een van samenwerking en niet van confrontatie. De vakbond werd verondersteld te participeren in de ontwikkeling en uitvoering van het nationaal economisch plan en het arbeidsbeleid, actief betrokken bij de efficiënte werkorganisatie in elk bedrijf.
De bureaucratische aard van de centrale planning verhinderde echter dat arbeiders en vakbonden actief bleven deelnemen in de beleidsuitwerking en gaf weinig beslissingsbevoegdheid aan het plaatselijke management. De staat regelde de prijzen, middelen, loonschalen en dekte de verliezen uit het staatsbudget. De hiërarchische en formele inslag van het productieproces beperkte het aandeel van vakbonden en management in het beleid op de werkvloer. De ruim verspreide inefficiëntie en verspilling eisten hun tol voor de economie.
In 1985 op het 3de Congres van de Cubaanse Communistische partij was het hoofdthema de nodige hervorming van de centrale planning en van de staatsbedrijven. De regering begon te experimenteren met meer efficiënte en soepele managementmodellen. Vakbonden werden aangespoord een actievere rol te spelen om een grotere efficiëntie en productiviteit te halen. Dat proces was nauwelijks begonnen of het uiteenvallen van het Oostblok maakte nog ingrijpender hervormingen nodig. Het wegvallen van de socialistische handelspartner dompelde Cuba in een diepe en langdurige crisis en er was geen veelomvattend samenhangend plan om de socialistische economie te hervormen. De regering vocht er voor om gratis voor iedereen medische zorg en onderwijs te blijven verzekeren. Het economisch embargo van de VS werd verscherpt en uitgebreid naar andere landen die handel met Cuba drijven.
Er waren pragmatische beslissingen nodig: het zoeken van buitenlandse investeringen, de legalisering van de VS dollar als betaalmiddel naast de Cubaanse peso, meer sectoren waar zelfstandige arbeid toegelaten werd, reorganisatie van economische regeringsinstellingen, herstructurering van het banksysteem, omvorming van de fiscale en monetaire politiek.
Het toelaten van buitenlandse investeringen is zowel de werkers als de economie in haar geheel ten goede gekomen. Buitenlandse investeerders moeten de regels van het Cubaanse arbeidsrecht respecteren, lonen en voordelen zijn in die bedrijven meestal hoger dan in de staatssector. De Cubaanse vakbonden voelen de uitdaging om hun rol als tegenwicht voor het management concreter te definiëren en de bekwaamheid van de vakbondsleiders te verhogen om met buitenlandse partners collectieve CAO’s te sluiten.
Door decentralisatie van de staatsbedrijven en het afschaffen van subsidies is het management verantwoordelijk geworden voor de opbrengst. Eind 2000 bleven er minder dan 5 procent van de staatsbedrijven over die nog subsidies kregen. Het nieuwe ‘Gedecentraliseerde Managementsysteem’ werd in 1998 ingevoerd en geleidelijk toegepast in alle staatsbedrijven. Hiertoe moet het bedrijf een strenge doorlichting van haar structuur en bedrijfsplan ondergaan en een nauwkeurige boekhouding voorleggen. Volledige deelname van de vakbonden is in het proces van voorbereiding essentieel, deze moeten actief betrokken worden bij de beslissingen om kosten te drukken, de efficiëntie te verhogen en de belangen van de werkers te behartigen. Het Ministerie van Economische Planning blijft verantwoordelijk voor de macro-economische beslissingen en de economische politiek (nieuwe investeringen bijvoorbeeld moeten naar gebieden gaan met grotere werkloosheid), het Ministerie van Arbeid en Sociale Zekerheid speelt haar rol in het toezicht op naleving van de voorschriften op gezondheid en veiligheid.
Het hervormingsproces ging niet zonder slag of stoot. Het veroorzaakte ongelijkheden en tegenstellingen in de crisistijd waarin men zich moest inspannen om in eigen basisbehoeften te voorzien. De dollar werd gelegaliseerd in 1993, de enige munt waarmee je veel zaken kon kopen, maar deze was niet voor iedereen bereikbaar. Geschenken van familie in het buitenland, fooien in de horeca, bonussen in bedrijven van buitenlandse investeerders maakten bijvoorbeeld dat hotelpersoneel meer verdienden dan dokters. Het blijft moeilijk om op basis van een pesoloon rond te komen. Cubaanse beleidsmensen zien het belang van een verbinding van het inkomen met geleverde prestaties en de noodzaak om van het loon een basismiddel te maken voor bevrediging van de basisbehoeften.
Hoewel rond de eeuwwisseling de economie broos blijft is het herstel merkbaar in verschillende sectoren waarvan alle Cubaanse burgers profiteren: een economische groei van 5,6 procent, terugdringen van de werkloosheid, betere energie- en drinkwatervoorziening en openbaar vervoer.
De herstructurering van de economie heeft de vakbonden voor nieuwe uitdagingen geplaatst. Door de bedrijfshervormingen werden zij ertoe verplicht om actieve spelers te worden als adviseurs en 1ste lijnsspelers in de ontwikkeling en toepassing van het beleid. Toen de overleving van Cuba op het spel stond organiseerden de Partij en de Centrale van Cubaanse Werkers (CTC) publieke fora voor de werkers om problemen te bespreken en oplossingen aan te reiken. Deze informele vergaderingen leken op gemeenteraadszittingen en werden vaak op TV uitgezonden. Ze waren belangrijk om standpunten van werkers aan bod te laten komen en om een consensus te smeden over de sociaal economische richting die het land moest inslaan. De oplossing van problemen wordt niet langer vanuit de top aangegeven en dit vereist meer initiatief en creativiteit bij de basis. De CTC heeft een raad ingesteld met deskundigen uit Cubaanse onderzoeksinstellingen. Daarnaast bieden de vakbonden vormings- en trainingsprogramma’s voor werkers.
Geconfronteerd met de uitdagingen om Cuba te laten overleven in de internationale economie houdt de Cubaanse leiding vast aan haar beslissing om een duurzaam socialistisch model te ontwikkelen. Dat zal de levensomstandigheden van zowel de werkers als het hele volk verbeteren. Er is geen plan om een op privé-bezit gebaseerde markteconomie in te voeren. De problemen en meningsverschillen worden bediscussieerd en geanalyseerd binnen het kader van een socialistische politiek. Vakbonden, partij en regering hebben zich verbonden het Cubaanse socialistische systeem meer efficiënt en competitief te maken. De Cubaanse vakbonden hebben de uitdrukkelijke bedoeling om zowel de arbeiders als de vakbondsleiding te vormen tot actieve verdedigers van deze vakbondspolitiek.
VAKBONDEN IN CUBA
Sinds de oprichting in 1939 is de CTC de enige nationale arbeidersorganisatie. Die eenheid in haar rangen is altijd sterk verdedigd. Inhoud en karakter van de rol van de CTC en haar 19 aangesloten vakbonden hebben na 1959 een dubbele rol gekregen:
1. De economische, politiek en sociale belangen van heel het land behartigen,
2. de rechten van de werkers verdedigen en hun levensstandaard verbeteren.
Deze tweeledige doelstelling is ook op,de werkvloer merkbaar en vindt haar oorsprong in het concept dat de werkers tegelijk werknemers en eigenaars zijn. Het concept van collectieve sociale doelstellingen is fundamenteel in het Cubaanse systeem; ‘belangenconflicten’ of ‘machtsverhoudingen’ zijn hier vreemd aan. De werkers zijn de directe belanghebbenden van de economische ontwikkeling, dezelfde belangen als het management, namelijk een efficiënte en productieve economie.
De vakbondsinvloed komt tot uiting door: het lanceren van voorstellen inzake regelgeving, het amenderen van wetsvoorstellen, dialoog met partij en regering op alle niveaus. De arbeiders hebben via de door de vakbond georganiseerde vergaderingen deel aan evaluatie en kunnen reorganisatieplannen met veto tegenhouden. Basisafgevaardigden krijgen scholing. In 2000 was 98 procent van de werkers lid van een nationale vakbond, maar die zich niet wensen aan te sluiten genieten dezelfde voordelen als bedongen zijn door vakbonden en mogen aan alle door de vakbond georganiseerde vergaderingen actief meedoen. Vakbondsvertegenwoordigers worden om de 2,5 jaar gekozen uit kandidaten die door de werkers zijn aangewezen.
BUITENLANDSE INVESTERINGEN
Aanvankelijk (wet van 1982) werd maar één soort buitenlandse investering toegelaten, een joint venture waarbij de Cubaanse partij minstens 51 procent moest controleren. In 1995 worden ook buitenlandse bedrijven met buitenlands meerderheidsaandeel en puur buitenlandse bedrijven toegelaten, uitgezonderd in de sectoren onderwijs, gezondheidszorg en defensie. Eind 2000 werd een nieuwe vorm van samenwerking ingevoerd: de samenwerkingsovereenkomst, die contracten toestaat van 3 tot 5 jaar, waarbij de firma zich borg stelt voor de middelen (grondstoffen, technologie en/of werktuigen) in ruil van exclusieve distributierechten in het buitenland. De firma neemt geen deel in de winsten van het bedrijf, dat qua eigendom en leiding in handen van de staat blijft. Het aanwerven van Cubaanse arbeiders blijft steeds gedaan door een Cubaans tewerkstellingsbedrijf (TB), met uitzondering van managementpersoneel. De TB betaalt de lonen (in pesos) uit de harde deviezen die de werkgever betaalt. De CAO’s worden uitonderhandeld door de vakbond, het TB en het bedrijfsmanagement.
HET 19de CONGRES VAN DE CTC (2006) door Erwin Carpentier, Actualiteitsverklaring:
1. De strijd opvoeren tegen de genocide blokkade; de internationale gemeenschap vragen de resolutie voor de VN te ondersteunen.
2. het plan Bush aanklagen en zich voorbereiden om alle pogingen om de revolutie te doen mislukken te verijdelen.
3. de werkplaatsen en de straat blijven het terrein van de revolutie en vallen niet in handen van het imperium.
4. bevrijding van de Vijf gevangenen en de berechting van de echte terroristen die van de VS bescherming genieten.
5. de enige overgang is die naar meer revolutie en meer sociale rechtvaardigheid; het socialisme is onomkeerbaar.
6. hulde brengen aan het volk voor haar discipline, eenheid en vertrouwen, ook na de aankondiging van het terugtreden van Fidel op 31 juli 2006.
7. de socialistische revolutie in Cuba is niet terug te draaien (irrevocable)!
Arbeiders in Cuba, deel 2
Eerst een artikel dat verslag doet over de situatie in 2008
Bedrijven in een veranderend Cuba
Dr. Stefan Ludlam - Hoe vakbonden en regering samenwerken om inkomensongelijkheid en bedrijfscorruptie terug te dringen - rapport Universiteit van Sheffield - januari 2008.
Terwijl commentatoren zich concentreerden op de ziekte van Fidel en de verwachtingen van veranderingen onder Raul, was er weinig aandacht voor veranderingen die in de Cubaanse economie al plaatsvinden, vooral in arbeidsverhoudingen en vakbondsrechten. Dit zijn kenmerken van het Cubaanse socialisme in een wereld van genadeloos kapitalisme. De Speciale periode van maatregelen na het ineenstorten van de Sovjet Unie en van hernieuwde vijandschap vanuit de VS, is nog niet voorbij. Maar ondanks de aangescherpte blokkade heeft de Cubaanse economie het BNP van vóór de crisis hersteld dank zij haar succes in strategische sectoren tijdens de Speciale periode: het toerisme en de kenniseconomie in gezondheid, onderwijs en wetenschap. Echter, het is bedenkelijk voor Cubanen dat de inkomensverdeling van voor de crisis niet is hersteld.
Zoals iedere bezoeker van Cuba weet – en zoals Cubaanse leiders herhaaldelijk benadrukken – de Speciale periode (met zijn dollaroverschrijvingen door verwanten in de VS, zijn westers toerisme, zijn vrije beroepen en het deels liberaliseren van agrarische producten) heeft de gelijkheid in Cuba ondermijnd, zowel sociaal als in termen van inkomensverdeling. Minder meetbaar is de invloed op alledaagse ethiek van een bevolking die het wettelijke inkomen opkrikt met klusjes en in de informele handel, vaak met gebruik van materiaal van het bedrijf waar men werkt.
Werkers in overheidsdienst: gezondheidszorg, onderwijs en functionarissen, worden betaald volgens de bescheiden pesos schalen. Velen van hen hebben weinig gelegenheid om iets te krijgen als bijverdienste of in harde CUC-munt. In de informele sector en in de goed gevulde CUC winkels, die werken met westerse prijzen, zijn deze munten nodig. Hierdoor kan Cuba harde munt binnenhalen om voor vitale import te betalen. Wie zich kan permitteren zaken te kopen in deze winkels zijn mensen die aan CUCs kunnen komen via bedrijfsgratificaties, toeristische fooien, in vrije beroepen, van familie in de VS of door informele illegale handel. Weinigen horen tot de nieuwe rijken, door Fidel gehekeld. Enkelen hoeven helemaal niet te werken. Iets wat de meeste Cubanen schokkend en immoreel vinden. Sinds Fidel in zijn vaak geciteerde november 2005 speech corruptie en zwarte markt verfoeide, hebben Cubaanse vakbonden prioriteit gegeven aan de strijd tegen sjoemelen op de werkplek. Maar vakbondsleiders verklaren dat dit vechten tegen de bierkaai is zolang het wettelijk loon geen fatsoenlijk inkomen geeft. In deze context gaf Raul zonder omwegen toe in zijn 26 juli speech dat de gewone lonen niet toereikend zijn om de noodzakelijke behoeften te dekken, noch het socialistisch beginsel van inkomensdeling op basis van werk veilig te stellen. Hij startte een nationaal debat op werkplekken en in gemeenschappen om de problemen te bespreken van het alledaagse leven, van het werk en de doeltreffendheid die Cubanen en hun regering bezig houden.
Aanpak van inkomensongelijkheid
Wat is hieraan de laatste jaren gedaan? In 2005 verhoogde de regering de nationale lonen en uitkeringen. Het minimum pensioen werd verdrievoudigd en het minimumloon meer dan verdubbeld. Alle salarissen gingen bescheiden omhoog. Er is geen inkomensbelasting maar prijsverhoging in energie en op de niet gesubsidieerde voedingsmarkten deden de verhogingen deels te niet. Productiviteitsbonussen zijn geaccepteerd. In de ‘bedrijfsverbetering’ sector van ondernemingen met grotere zelfstandigheid en winstpremies kregen hun arbeiders gemiddeld 30% salaris verhoging. In het algemeen ontvingen in 2004-2005 zo’n 1,5 miljoen werkers een productiviteitsbonus, vaak in CUCs. Die bonus telt nu ook mee als inkomen voor de pensioenen, voor het ziektegeld enz.
Andere maatregelen beperkten de inkomensongelijkheid. Cuba werd in 2004 dollar-vrij, de peso en de CUC werden de enige wettelijke betaalmiddelen. In 2005 werd de CUC opgewaardeerd tegen de dollar met 8% en 10% omwisselbelasting ingevoerd, in feite 18% belasting op dollar overschrijvingen. Ook de nationale peso werd opgewaardeerd om de kloof ten opzichte van de CUC iets te verkleinen. In 2004-2005 trad de regering op om niet toegestane hardemunt-transacties door bedrijven te stoppen en corruptie te voorkomen in de handel met buitenlandse concerns. Ook in 2005 zond de regering jonge sociale werkers in de ketens van brandstof leveranciers om de leveringen te controleren. Daardoor kwam aan het licht dat de helft van de olie van Cuba regelrecht naar de zwarte markt verdween! Sindsdien hebben andere bedrijven toegezien op het bedriegen van klanten in pesowinkels. En het nieuwe elektriciteitstarief in 2006 is een indirecte belasting voor vermogende afnemers, enkele zelfstandige bedrijven in de CUC sector werden gerund met hooggesubsidieerde peso elektriciteit.
De verduidelijking door Raúl dat bij een hoger salaris ook een grotere productiviteit en opbrengst is vereist, een gemeenplaats in het Cubaanse debat, brengt ook andere zaken met zich mee van belang voor haar socialisme, haar werkers en de vakbonden. De economie blijft door de staat gereguleerd, de politiek bepaalt de markten. Cuba´s opening naar kapitalisme geldt voor de Speciale periode en is begrensd. Cuba viel niet voor het Russische stijl gangster kapitalisme; ook niet voor het marktdenken volgens Chinese lijnen. Maar het leven van een arbeider is voor altijd veranderd door de crisis van de jaren ´90. Een volledige baan voor het leven in een van de staatsbedrijven is verleden tijd. Meer dan 90% van de werkers zijn vakbondsleden maar vaak met een nieuw type werkgever: staatsbedrijven in het company improvement schema, gemengde bedrijven met buitenlands kapitaal, arbeiderscollectieven in de landbouw, vrije ondernemingen en sterk uitbreidende sectoren van dienstverlening en high-tech.
Hervorming van arbeidsverhoudingen
Om dit alles te kunnen behappen is de nationale ArbeidsCode – de kern van Cuba´s arbeidswetgeving sinds 1985 – hervormd in een uitvoerig proces van overleg, vooral met de vakbonden. Deels om verdergaande wetgeving in te voegen zoals de sterk uitgebreide zwangerschapsverlof; maar ook om na de crisis in te spelen op de opkomende wereld van de arbeid. Cuba is bezig haar hele cultuur van menselijke relaties te moderniseren en te professionaliseren. Zoals Elio Valerino Santiesteban, voorzitter van de nationale vakbondfederatie CTC (Central de Trabajadores de Cuba), stelt: het is een nieuwe manier van denken over menselijke relaties en menselijk kapitaal (human capital) als centraal element van de economie. Al deze zaken vertragen de nieuwe ArbeidsCode, maar intussen zijn belangrijke hervormingen ingevoerd. In 2002 werd de wet op gezondheid en veiligheid op het werk aangescherpt en de wet op collectieve arbeidsovereenkomst herzien vanwege nieuwe bedrijfsvormen. Cruciaal voor arbeiders en vakbonden: deze wet vereist dat plaatselijke arbeidsverhoudingen en totstandkoming van arbeidswetgeving met de bonden uitonderhandeld worden en groepen op de werkplek uiteindelijk stemmen over de overeenkomsten.
In 2005 legde een belangrijke nieuwe arbeidswet, Resolutie 8/2005, gelijke rechten vast voor werkers op parttime basis en andere afwijkende contracten. Het bepaalde de arbeidersrechten in situaties van reorganisatie en overtolligheid in de nieuwe economische structuur, met name het recht op een nieuwe job, inkomensbescherming en scholing of training met volledig behoud van loon. Procedures voor promotie en training en erkenning van de kwalificaties werden vastgelegd, plus het recht van de werker op jaarlijkse herziening daarvan. In 2006 bepaalden nieuw regelingen vormen van betaling naar resultaat, shift toeslag en andere extra bonussen. Er is een nadruk op flexibiliteit en productiviteit die wij normaal associëren met werkloosheid en verarming. Maar behalve de verdediging van het wettelijke recht op werk en inkomsten in Cuba, dient alles onderhandeld te worden met de vakvereniging en geaccepteerd door de vergadering van werkers waar allen, ook niet leden van de vakbond, stemrecht hebben. De nieuwe wetgeving geeft de bonden meer en niet minder macht.
Cuba is anders
Een recent voorbeeld is de nieuwe wetgeving over tijdscontrole en arbeidsdiscipline, ten onrechte beschreven door de BBC als een nieuwe ArbeidsCode en vanuit Miami als een provocatie tegen Raul. Het echte verhaal vertelt de kracht en niet de zwakte van de Cubaanse gemeenschap. Resoluties 187 en 188 werden in augustus 2006 aangekondigd voor invoering in januari 2007. Maar werkers en de bonden toonden aan dat het goed was de werkdag vast te leggen maar oneerlijk om de werkers te straffen voor het te laat komen of eerder weggaan. De situatie van het openbaar vervoer maakte het vaak onmogelijk op tijd te komen. Ook hadden winkels, publieke diensten en gemeentelijke bureaus dezelfde openingstijden als het bedrijf, dus arbeiders moesten er heen in hun werktijden. Het in werking treden van de resoluties werd drie maanden uitgesteld tot de problemen in het vervoer en in de gelijktijdige openingstijden waren opgelost. Natuurlijk kon vooral in Havana het vervoer niet snel genoeg aangepast worden. Maar de invoering kon slechts geschieden na collectieve overeenkomst door onderhandelingen, die de bonden en arbeiders een effectief vetorecht gaven totdat de materiële voorwaarden de invoering haalbaar en fair maakten. Zoals Raul Hodelin Lugo, secretaris generaal van het CTC in Havana-stad vertelde: In plaatsen waar deze voorwaarden niet waren vervuld zullen we niet toestemmen in de uitvoering, ook na de invoeringsdatum van de resoluties. De toepassing is flexibel, niet mechanisch. Zoals al het andere in Cuba, wij overleggen met de arbeiders.
Dit ligt in de lijn van de cultuur van de arbeidsverhoudingen in Cuba. VS-geïnspireerde propaganda roept dat stakingen in Cuba illegaal zijn. Dat is niet waar, er is geen wetgeving tegen stakingen. De Cubaanse grondwet en de arbeidswetgeving bevatten positieve rechten voor vakbonden. Maar, anders dan in landen als het Verenigd Koninkrijk, de wet schrijft niet voor hoe bonden hun werk of hun industriële activiteiten doen. Bonden in Cuba zijn organisatorisch en financieel onafhankelijk, zij hebben het grondwettelijke recht om arbeidswetgeving voor te stellen en hierover gehoord te worden. Zoals Dr. Francisco Guillén Landrián, hoofd van de juridische sectie van het ministerie van arbeid, mij vertelde: Onthoud dat wij absoluut niets doen zonder instemming van onze kameraden in de vakbonden. Als tripartiet coördinatie momenteel in één land ter wereld bestaat is dat volgens de Internationale Labour Organisatie wel in Cuba. Hij lachte hartelijk om de suggestie dat Cuba human resources management methodes zou gebruiken om de vakbonden op een zijspoor te rangeren: wie dat zou doen in Cuba, is óf uit op zelfmoord óf gek. Wij zijn geen samenleving van technocraten of winst zoekers. Wij werken om de noden van de mensen te vervullen en arbeid is het recht van ons volk.
Vakbonden weten dat zij hard moeten werken om voor de bond en de arbeider het recht en de participatie te realiseren. De laatste jaren hebben de bonden vertegenwoordigers omgeschoold op elk niveau tot op de werkplek, vooral op gebied van gezondheid en veiligheid en collectief onderhandelen. En de CTC is bezig zich te hervormen om haar werking te verbeteren. Dus als een nieuwe wereld van arbeid opkomt in haar expanderende economie, zullen vakbonden in Cuba blijven in het hart van het politieke proces met als centrale rol; het ontwikkelen en verdedigen van de arbeidersrechten. Rechten die inderdaad sterker geworden zijn in de nieuwe wetgeving.
(Dr. Steve Ludlam van de Universiteit van Sheffield heeft arbeidsrelaties in Cuba onderzocht met steun van de Nuffield Foundation. Bron: www.cuba-solidarity.org.uk en vertaling ThJ.)
Een verdere actualisering werd gegeven op een weekend van het Belgische ‘Initiativa Cuba Socialista’ (ICS) van 15-17 mei
2009 in
samenwerking met de werkgroep Wereldsolidariteit Brussel & Leuven, de werkgroep Cuba Solidariteit CvS e.a.
Centraal stonden de vragen:
Welke rol speelt de vakbond in een socialistische economie?
Wat is het verschil met onze vakbonden?
Van de voordrachten door Marc Vandepitte hier een (iets aangepast) schema over de rol van de vakbond in een kapitalistische en een socialistische economie
|
Rol vakbond in het kapitalisme
|
Rol vakbond in het socialisme
|
|
Ontstaan uit behoeft een tegenmacht op te bouwen, de productie gericht op maximale winst dus uitbuiting, De STAAT staat niet aan de kant van de arbeiders
|
Werkers zijn producenten maar ook mede-eigenaar (bedrijfsleider) van het bedrijf.
Produceren voor algemeen welzijn van de eigen bevolking
|
|
Om radicalisering te voorkomen (en verdeeldheid te zaaien) stimuleert de burgerij oprichting van gematigde vakbonden
|
Geen tegenmacht maar medestander om socialisme te realiseren, economie gecontroleerd door de STAAT voor de behoeften van het volk
|
|
Opbouwen van tegenmacht met wisselend succes, afhankelijk van organisatiekracht en externe factoren (schrik voor communisme)
|
Daarom is vakbond medebeheerder van het economisch proces, zowel op lokale werkvloer als op nationaal vlak
|
|
Tegenmacht nodig tegen kapitalisten en STAAT
voor een redelijke koopkracht, uitkeringen en pensioenen, waardig leven en werken in rijke landen
|
Socialistisch staat behartigt belangen van het hele volk, de vakbonden primair die van de werkers. Waken over arbeidsomstandigheden, veiligheid, koopkracht. Tegen machtmisbruik.
|
|
Geen sociale verworvenheid (+ stemrecht) is verkregen zonder lange strijd of werd van harte toegekend door de STAAT. Geen verworvenheid is definitief
|
Dat gebeurt niet alleen op de wekvloer (regelmatige inspraak) maar ook nationaal: meebepalen van arbeids- en sociale wetgeving. 31 vrijgestelden hebben zitting in Poder Popular.
|
|
Hoe lager het loon, des te harder gewerkt, des te minder kosten voor veiligheid en comfort, des te groter de winst en vice versa
|
Als massaorganisatie (97% lid) een rol in het opbouwen van de revolutie: bewustmakings-campagnes, signaleren van mistoestanden
|
|
Naarmate kapitaal meer greep krijgt op de media wordt die ook negatief t.o.v. vakbond
{STAAT }
Winst< {kapitaal} <<->> vakbondà waardig leven
{ media } en werk
|
Op de werkvloer strijd tegen corruptie, tegen machtmisbruik, voor meer efficiëntie
Vakbond}
Bedrijfsleiding} +++ samen à waardig leven
Staat en media} en werk
|
Nog enkele aantekeningen uit het gesprek met Manuel Medina uit Bayamo (Oost Cuba). Hij is kaderlid van de vakbond voor lichte industrie.
Om werk te vinden hoeven wij niet de arbeidsmarkt op. Minder dan 2 procent is werkloos, meestal tijdelijk. Tijdens de studie of opleiding is werk verzekerd. Het ministerie van arbeid en de studentenorganisaties plannen na de opleiding een periode van 3 jaren ´sociale arbeid´ in bedrijven of werkcentra. Je wordt voorgesteld aan het collectief op de werkvloer, krijgt introductie over verhouding vakbond, management, partij en wordt na enkele dagen gevraagd of je lid van een vakbond wilt worden) niet-leden hebben dezelfde voordelen inclusief stemrecht bij werkoverleg’. Men betaalt 1 procent lidmaatschapsgeld van de 550 pesos per maand (gemiddeld). De aanwerving van werkers wordt door Cubaanse tewerkstellingsbedrijven (TB) geregeld
Elk voorstel van een vakbondscongres gaat ter discussie terug naar de werkvloer.
Er is een hoog niveau van opleiding en van politieke cultuur, Cubaanse politieke en historische geschriften worden in leesgroepen besproken.
Men telt 46 procent vrouwen in de vakbonden en een hoog percentage van vrouwen bij de afgevaardigden, deze worden op de werkvloer gekozen en elk half jaar geëvalueerd. Ook het bestuur van de bedrijfsbond wordt door de afdeling gekozen.
Er wordt het laatste decennium veel werk gemaakt van de scholing van de arbeiders. Juridische en politieke rechten, de organisatie van de vakbeweging, de problemen en strijd tegen corruptie, het zuinig en milieubewust omspringen met grondstoffen en hulpmiddelen, de zorg voor personeelscontinuïteit in het bedrijf zijn regelmatig terugkerende items op personeelsvergaderingen.. Het CTC heeft een nationale kaderschool en een wekelijkse krant.
Het blijkt dus dat de koers van tien jaar geleden nog steeds gevolgd wordt. De ‘nieuwigheden’ (die al vanaf 1992 geleidelijk ingevoerd werden) hebben een vaste plaats gekregen in de Cubaanse economie: openheid voor buitenlandse investeringen, joint ventures, het toelaten van buitenlandse deviezen en een regeling voor zelfstandige arbeid. Vrouwenarbeid is sterk toegenomen: ruim 45 procent van de werkers is vrouw. Maar de inkomensongelijkheid die ontstond doordat in bepaalde sectoren werkers toegang kregen tot vreemde valuta, is nog niet overwonnen.
De Cubaanse overheid regelt niet meer alles en vakbonden staan voor bredere collectieve onderhandelingen. Daartoe zijn scholingen opgezet. De bedrijfswetgeving eist nog wel een verregaande controle door de Staat.
Genoemd werden nog de huidige regelingen van
- werkloosheid uitkering bij onvrijwillige werkloosheid (1 maand 100% daarna 3 jaren 60% – bedrijf zorgt voor andere job of herscholing),
- Pensioenen (vrouw met 60, man met 65 jaar of na 30 jaar werken) 60% van het loon gedurende de laatste 5 jaar; weduwe neemt over van haar overleden man.
Gemiddeld pensioen bedraagt 233 pesos per maand.
Tenslotte nog enkele recente uitspraken van Raúl Castro:
· Een van de moeilijkste uitdagingen voor het ideologische werk is bereiken dat de arbeider zich eigenaar voelt van de collectieve maatschappelijke rijkdom en er ook naar handelt.
· De werkvloer is de belangrijkste plaats voor het vakbondswerk
· We moeten niet alleen praten, maar ook luisteren, zelfs als wat we horen ons niet bevalt; onze fouten durven toegeven of openlijk uitleggen waarom we denken dat de ander fout zit.
· (uit de 1 mei toespraak 2009) Meer produceren; productiviteit verhogen; uitgaven en kosten verminderen; meer uitvoeren en minder invoeren.
Hoe? Meer discipline, meer kwaliteit, meer sparen van energie en grondstoffen.
Thomas Janssen, 10 juni 2009